Fibershed ontwikkelt regionale en regeneratieve vezel systemen om ondersteuning te geven aan onafhankelijke producenten. Dit doen we door een connectie te leggen tussen eindgebruikers en boerderijen door publiek onderwijs, door de fundering te leggen om regionale productie te herbouwen, en door het uitbreiden van mogelijkheden om regeneratieve landbouw te implementeren.

We hopen op een toekomst waarbij er internationale systemen van regionale gemeenschappen rond textiel bestaan die banden en eigenaarschap versterken van het “”bodem naar bodem” proces. Deze diverse culturen zijn ontworpen om regeneratieve landbouw te kunnen uitoefenen op de landschappen waarvan ze afhankelijk zijn, en rechtstreeks de kracht van de regionale economie versterken. Zowel vezelsystemen als voedselsystemen staan voor drastische klimaatveranderingen en doen er best aan om de kennis uit het verleden en wetenschap van het heden toe te passen om in de toekomst te gedijen.

Elke Fibershed gemeenschap beheert zijn eigen grondstoffen om permanente en blijvende productie systemen op te starten. Volledige verantwoordelijkheid nemen voor de levenscyclus van een kledingstuk zal de druk verlagen op hoog vervuilde en ecologisch ondermijnde regio’s in de wereld. Toekomstige Fibershed gemeenschappen zullen rekenen op molens voorzien van hernieuwbare energie die op korte afstand staan van waar de vezels gegroeid worden.

Door middel van strategische begrazing, natuurbehoud en een groot aantal wetenschappelijk onderbouwde praktijken ter verbetering van de koolstofuitstoot in de bodem zullen onze toeleveringsketens ‘klimaatgunstige’ kleding creëren die de nieuwe standaard zal worden in een wereld die de gevolgen van de klimaatverandering snel wil verzachten. We zien een voedende traditie ontstaan die de drager verbindt met het lokale veld waar de kleding werd verbouwd, waardoor een systeem wordt opgebouwd dat talloze generaties in de toekomst kan blijven bestaan.

Het Fibershed project begon in 2010 met de toezegging van de oprichter, Rebecca Burgess, om een prototype-garderobe te ontwikkelen en te dragen waarvan de kleurstoffen, vezels en arbeid afkomstig waren uit een regio die niet groter was dan 240 kilometer van het hoofdkwartier van het project. Burgess had geen ander resultaat verwacht van de persoonlijke uitdaging dan het verkleinen van haar eigen ecologische voetafdruk en misschien een paar anderen inspireren.

Burgess werkte samen met een getalenteerde groep boeren en ambachtslieden om de kledingkast met de hand te bouwen, omdat de productieapparatuur meer dan twintig jaar geleden allemaal uit het landschap was verdwenen. Het doel was om duidelijk te maken dat regionaal geteelde vezels, natuurlijke kleurstoffen en lokaal talent nog steeds groot genoeg waren om in deze meest fundamentele menselijke behoefte te voorzien: onze kleding. Binnen enkele maanden werd het project een beweging en verspreidde het woord Fibershed en het werkconcept erachter zich naar regio’s over de hele wereld. Burgess richtte Fibershed’s 501c3 op om het publiek te informeren over de ecologische, economische en sociale voordelen van het decentraliseren van de textieltoeleveringsketen.